JANUARI 2023

Kurt Beckers in gesprek met Johan Braeckman


© Gerbrich Reynaert
   

Kurt beckers

Zet twee filosofen samen en je komt tot een boeiend gesprek. Kurt is lector aan de AP Hogeschool en is leerkracht niet-confessionele zedenleer en (binnenkort) filosofie in het GO! Atheneum Brakel. Johan Braeckman is hoogleraar wijsbegeerte aan de UGent. Hun passie voor filosofie bracht hen samen. Kurt bevraagt Johan over zijn inspiratiebronnen, het vooruitgangsoptimisme en zoveel meer.

 

'T'is altijd iets!'

KB: Je publiceerde vrij recent enkele boeken, waaronder een interviewboek met Dirk Verhofstadt waarin je op allerlei kwesties ingaat zoals de evolutie van de mens, irrationalisme, religie, vrije meningsuiting en de betekenis van de evolutietheorie. Samen met je vroegere medewerkster Linda van Speybroeck bracht je het boek Fascinerend Leven uit, dat een grondig overzicht geeft van de geschiedenis van de biologie. En het derde boek, Ezelsoren, bevat een selectie van de essays die je het voorbije decennium schreef. Ondertussen publiceerde uitgeverij Home Academy het eerste deel van een lange reeks hoorcolleges van jou, over de geschiedenis van de filosofie: Van mythen tot Socrates. Het tweede deel verschijnt binnen afzienbare tijd, met als titel Van Plato tot Sextus empiricus. Die delen duren elk ongeveer dertien uur, en je moet nog aan de middeleeuwse wijsbegeerte beginnen. Als dat zo doorgaat, zal je ruim honderd uur nodig hebben om tot in onze tijd te geraken?

JB: Ik vrees dat je wel eens gelijk kan hebben. Maar ik krijg carte blanche van Home Academy, dus ik laat me helemaal gaan. Dit is iets wat ik maar een keer in mijn leven kan doen, dus ik doe het liefst zo grondig mogelijk. Ik nam al meerdere hoorcolleges op voor hen, sommige samen met Jean Paul Van Bendegem en Vitalski. De meeste duren gemiddeld vijf à zes uur. Dat lijkt lang, maar het is doorgaans toch te kort om echt gedetailleerd een complex onderwerp uiteen te zetten, zoals de inhoud en de betekenis van het werk van Edgar Allan Poe, of enkele kerninzichten uit de medische ethiek. Daarom neem ik mijn tijd voor de geschiedenis van de filosofie. Het vergt zeer veel voorbereiding, maar ik doceer die materie al decennialang, dus ik vertrek niet van nul. Bovendien vind ik het geweldig amusant en leerrijk om me grondig in te lezen in het werk van al die beroemde denkers. Op dit moment zit ik helemaal verdiept in het hellenisme en in het belang van de bibliotheek van Alexandrië en de meetkunde van Euclides. Heerlijk.  

We zijn gelukkig in staat om erop vooruit te gaan ondanks onze onvolkomenheden. Geweld, zelfs oorlog en genocide, is helaas kenmerkend voor onze soort

GOEDE OUDE TIJD?

     

KB: Uit je boeken en de lezingen die je wekelijks wel ergens in Vlaanderen geeft, mag ik afleiden dat je een vooruitgangsoptimist bent. Toch is het soms verbluffende irrationalisme van onze soort een van je stokpaardjes. Het lijkt wel alsof we cognitief gedetermineerd zijn om denkfouten te blijven maken, en om telkens weer te vallen voor pseudowetenschappen, complottheorieën en bijgeloof. Hoe valt dit met elkaar te rijmen?

 

JB: We zijn gelukkig in staat om erop vooruit te gaan ondanks onze onvolkomenheden. Het is evident dat we moreel niet bepaald optimaal zijn ontworpen. Geweld, zelfs oorlog en genocide, is helaas kenmerkend voor onze soort. Niettemin is het geweld de voorbije eeuwen afgenomen, ook al lijkt dat ongeloofwaardig, in acht genomen de twee wereldoorlogen in de twintigste eeuw, de gruwel in ex-Joegoslavië, in Rwanda, nu in Oekraïne, enzovoort. We kunnen jammer genoeg nog veel meer voorbeelden geven. Maar vroeger was het nog veel erger, en een steeds groter aantal mensen leidt een leven zonder een oorlog of extreem geweld te hebben meegemaakt. Dat is iets nieuw in onze geschiedenis. De laatste boeken van Steven Pinker tonen dat mooi aan. Hij is fel bekritiseerd, maar verre van weerlegd. Het lijkt soms alsof zijn critici liever zouden lezen dat we niet in staat zijn tot vooruitgang, wat ik bijzonder merkwaardig vind. Natuurlijk hebben we voor die vooruitgang ook een prijs betaald, zowel op menselijk vlak als wat de natuur en grondstoffen betreft, maar daar is Pinker niet blind voor. Dat vooruitgang reëel is, betekent niet dat er onderweg geen onvergefelijke drama's zijn gebeurd, of dat we binnenkort in het paradijs zullen vertoeven. Ik hou van de boeken van Charles Dickens, een van de scherpste critici van sociale wantoestanden in de negentiende eeuw. Maar ondanks alle ellende die Dickens aanklaagt in zijn onsterfelijke romans, had hij het sarcastisch over ‘de goede oude tijd van galg en rad’. Hij begreep zeer goed dat het vroeger helemaal niet beter was, integendeel.

   

Het is waar dat we makkelijk denkfouten maken, en we zullen dat ook blijven doen. Daar staat tegenover dat we ons daar steeds meer van bewust zijn, wat bevrijdend werkt

 

Steven Pinker is overigens niet de enige die in onze tijd op de vooruitgang wijst, ik denk ook aan Hans Rosling, Michael Shermer en tal van andere onderzoekers en auteurs. Maar om nu concreet op je vraag te antwoorden: het is waar dat we makkelijk denkfouten maken, en we zullen dat ook blijven doen. Daar staat tegenover dat we ons daar steeds meer van bewust zijn, wat bevrijdend werkt. Denk aan een optische illusie. Je kunt je brein niet zodanig herprogrammeren dat je de illusie niet meer ziet. Maar als je weet dat het een illusie is, en bovendien ook begrijpt hoe ze tot stand komt en waarom ze niet verdwijnt, kan je er heel anders mee omgaan. Dat geldt ook voor misvattingen in het algemeen. Veel fouten komen neer op het leggen van valse verbanden. Hoe beter onze inzichten worden in causaliteit, hoe minder stommiteiten we uithalen. Mensenoffers zijn niet langer nodig om een zonsverduistering te verdrijven en de vrees van antivaxers dat vaccinatie tot allerlei kwalen zal leiden, is aantoonbaar onterecht.

 

 

KB: Toch maak ik me, zeker als ouder, zorgen. Er is de oorlog in Oekraïne, de energiecrisis, de terugkeer van autoritaire leiders, het terugschroeven van verworven rechten zoals abortus, het toenemend wantrouwen in overheden en wetenschappelijke kennis. Beleven we momenteel geen tijdelijke regressie in het vooruitgangsideaal? Optimistisch zijn over de toekomst lijkt vandaag toch heel moeilijk te zijn?

 

JB: Ik begrijp je zorgen. Maar ik denk dat elke generatie redenen had om zeer ongerust te zijn. In de periode dat mijn ouders geboren werden, brak de Tweede Wereldoorlog uit. Langs beide takken van de familie hadden mijn grootouders toen meerdere kinderen. Ze woonden in een huis zonder stromend water, hadden vanzelfsprekend geen centrale verwarming en voedsel was schaars. Toen ikzelf en mijn zussen en broer opgroeiden, zaten we midden in de Koude Oorlog. De Cubacrisis deed zich enkele jaren voor mijn geboorte voor. Ik kan me inbeelden dat mijn ouders zich daar zorgen over maakten. Kinderen op de wereld brengen als het risico reëel is dat er een wereldwijde kernoorlog uitbreekt? En dan hebben we het nog niet over het verdere verleden, toen tal van moeders stierven in het kraambed, kinderen geluk hadden als ze ouder dan vijf werden, volwassenen jong overleden aan tuberculose of cholera, enzovoort. Kortom, 't is altijd iets, in alle tijden en generaties.

 

Ook als alles goed gaat, slagen we er steevast toch in om iets te vinden dat een domper zet op de vreugde

   
Bovendien worden we geplaagd door de negativiteitsbias, de psychologische neiging om te focussen op het negatieve. Ook als alles goed gaat, slagen we er steevast toch in om iets te vinden dat een domper zet op de vreugde. Let wel, laat er geen misverstand over zijn: ik wil niet ontkennen dat er zorgwekkende problemen zijn, integendeel. De rapporten over kinderarmoede bijvoorbeeld zijn schrijnend. Veel mensen hebben mentale problemen, zijn eenzaam, slachtoffer van huiselijk geweld, enzovoort. Op grotere schaal hangt de klimaatcrisis als een donkere wolk boven ons hoofd, en dan zwijg ik nog over de wereldwijde achteruitgang van de biodiversiteit. Ook de maatschappelijke polarisatie en het groeiende extremisme is problematisch. Maar met een doorgedreven doemdenken schieten we natuurlijk niets op. We helpen er vooral ondemocratische krachten en populisten mee. Als humanist heb ik vertrouwen in de geweldige mogelijkheden die menselijke samenwerking biedt. We realiseerden reeds bijzonder veel, mede dankzij moderne wetenschap, technologie, communicatiemiddelen en intercontinentale politieke en andere samenwerkingsverbanden. Dat komt veel te weinig aan bod, wat een vertekend beeld geeft van de reële toestand van de wereld.    

EEN MANIER VAN KIJKEN EN DENKEN

     

 

KB: Wie zijn jouw grote inspiratiebronnen? Van welke mensen, filosofen, wetenschappers, heb je het meeste geleerd?

   

JB: Dat is een lastige vraag, omdat ik door heel veel mensen ben beïnvloed. Mijn ouders natuurlijk, die me in de bibliotheek inschreven en er al snel voor zorgden dat ik ook boeken uit de afdeling voor volwassenen mocht ontlenen. In die tijd was dat nochtans een taboeplek voor kinderen. Enkele onderwijzers en leerkrachten, vrienden en vriendinnen. En veel auteurs, reeds vanaf mijn kindertijd. Ik herinner me hoe graag ik Jules Verne las, en lichtjes griezelde bij de verhalen van de Gentenaar Raymond de Kremer, beter gekend als John Flanders of Jean Ray. In mijn tienerjaren las ik alles wat ik te pakken kon krijgen van Arthur Conan Doyle en Isaac Asimov, maar gaandeweg kwam daar ook de Vlaamse en Nederlandse literatuur bij: Claus, Boon, Hermans, Wolkers, Reve en wat nog. Turks Fruit van Jan Wolkers maakte een diepe indruk. Ik herlas het boek nog eens enkele jaren geleden, ik vond het nog steeds buitengewoon goed. Daaropvolgend las ik Camus, Sartre en de Beauvoir, en door filosofie te gaan studeren kon ik me gaandeweg vertrouwd maken met het beste wat de westerse filosofie en wetenschap te bieden heeft. Dat is nooit gestopt, ik ben daar nog elke dag mee bezig. Ik prijs mezelf zeer gelukkig dat ik nog steeds zeer leergierig ben en veel interesses heb. Dat is duidelijk niet voor iedereen het geval, iets waarvoor ik geen verklaring kan geven.

 

Als humanist heb ik vertrouwen in de geweldige mogelijkheden die menselijke samenwerking biedt

 

Ik heb ook les gehad van meerdere proffen die echt iets te vertellen hadden, ik denk aan Etienne Vermeersch, Jaap Kruithof, Rudolf Boehm en anderen. Ze spraken elkaar voortdurend tegen, maar dat vond ik inspirerend. Ook in Brussel en aan de University of California liepen boeiende mensen rond waarvan ik veel geleerd heb toen ik er studeerde. En ook mijn (ex-)doctoraatsstudenten en medewerkers houden me al vijfentwintig jaar scherp, of dat proberen ze tenminste toch. Door de aard van hun onderzoek zijn ze doorgaans veel beter op de hoogte dan ikzelf van de laatste en beste inzichten. Zo kan ik zelf ook min of meer bijblijven, omdat ze niet aarzelen me tegen te spreken of te corrigeren. Je begrijpt, ik kan uit dit alles niet zomaar een of enkele namen naar voor halen, het had en heeft allemaal op een of andere manier invloed.

   

Wat ik vooral geleerd heb, is een manier van kijken en van denken. Dat heeft ongetwijfeld ook met genetica en met opvoeding te maken, maar mijn belangstelling voor kritisch denken en mijn engagement voor het verspreiden van betrouwbare kennis, heb ik ongetwijfeld toch meegekregen van allerlei auteurs en docenten. Je moet jezelf er ook van kunnen overtuigen dat het zinvol is wat je doet. Etienne Vermeersch en Jaap Kruithof bijvoorbeeld bleven zolang hun gezondheid het toeliet lezingen geven. Ze deden dat omdat ze dachten een steen te kunnen verleggen, naar een betere plek dan nog wel. Meerdere filosofen en auteurs die ik bewonder, schreven nagenoeg tot hun laatste snik, ik denk bijvoorbeeld aan Boon, Asimov, Bertrand Russell en Ernst Mayr. Dat zijn rolmodellen voor me. Niet alleen gaf het denken en schrijven zin aan hun persoonlijk leven, ze inspireerden er ook ontelbaar andere mensen mee. Je moet geluk hebben dat die drive in jou zit, dat je dat vuur kunt brandend houden. Maar je moet er ook in geloven, elke dag opnieuw.

 

 

 

Waarover gaat het uiteindelijk anders dan over de vraag hoe een mens het beste zijn leven kan leiden?

 

 

 

KB: Je draagt bij uitstek vrijzinnig-humanistische waarden en denkbeelden uit, en je probeert ook anderen hiertoe te stimuleren. Hoe zie je de toekomst van het mens- en wereldbeeld dat berust op een ongeloof in goden en het bovennatuurlijke? 

   

JB: Laat ik er misschien eerst op wijzen dat ik van al die mensen en auteurs waarnaar ik eerder verwees, ook een manier van leven meekreeg. Als je Plato over Socrates leest, Aristoteles' Ethica, de brieven en teksten van epicuristen en stoïcijnen, de essays van Montaigne, het werk van Spinoza of de mythe van Sisyphus van Camus, waarover gaat het uiteindelijk anders dan over de vraag hoe een mens het beste zijn leven kan leiden? Het heeft lang geduurd eer ik mezelf met die vraag concreet ben gaan bezighouden. Daarvoor had ik vooral interesse in eerder abstracte kwesties. Maar sinds het overlijden van mijn vader denk ik daar steeds meer over na. Dat we geen god of goden nodig hebben, net zomin als dogmatische regels of zogenaamd geopenbaarde teksten om een betekenis- en waardevol leven te leiden, daarvan was ik al lang overtuigd. Maar het is pas nu dat ik veel lees en serieus reflecteer over het concrete, dagdagelijkse belang van schoonheid, van stilte, van duurzaamheid, van ambachtelijkheid, van rust, vriendschap, troost, gesprekken, liefde, en ga zo maar door. Het gaat, kortom, over zingeving, over wat we moeten bewaren en cultiveren voor de toekomstige generaties, over het kunnen terugblikken op wat het leven de moeite waard maakt, vóór je er voor eeuwig en altijd niet meer zal zijn.

Welnu, dit alles zit al eeuwenlang vervlochten in wat we het vrijzinnig humanisme noemen. Je vindt het al terug in teksten uit de oudheid, bij denkers, schrijvers en dichters in de renaissance, tijdens de Verlichting natuurlijk, en bij een ontelbaar aantal wetenschappers, schrijvers, kunstenaars, filosofen, politici en allerlei andere mensen in de eeuwen daarna, tot in onze tijd. Het humanistische gedachtegoed, kortom, heeft zeer diepe en sterke wortels, zowel historisch als filosofisch. Het laat zich niet verdrukken door hedendaagse vormen van religieuze en ideologische intolerantie, noch door reactionaire reflexen of politieke bullebakken. Sterker nog, het zit boordevol goede inzichten die zichzelf verkopen, zowel van feitelijke als van morele aard.

 

Het humanistische gedachtegoed laat zich niet verdrukken door hedendaagse vormen van religieuze en ideologische intolerantie, noch door reactionaire reflexen of politieke bullebakken. Sterker nog, het zit boordevol goede inzichten die zichzelf verkopen

 

KB: Tot slot wil ik je een vraag voorleggen die eerder ook aan Etienne Vermeersch, Stephen Fry en ongetwijfeld meerdere andere ongelovigen is voorgelegd. Stel dat je overlijdt, en tot je stomme verbazing vaststelt dat god bestaat. Sterker nog, je kan er een gesprek mee voeren. Wat zou je hem willen voorleggen?

   

JB: Ik zou eerst willen weten met welke god ik te maken heb. Als hij almachtig, alwetend en algoed is, zoals de joodse, christelijke en islamitische goden dat zijn, dan moet ik het natuurlijk over het lijden in de wereld hebben. Sinds het ontstaan van organismen die in staat zijn tot het ervaren van pijn, vele miljoenen jaren geleden, is de hoeveelheid lijden bij dieren en later ook bij mensen, nauwelijks te bevatten. Dat is ook vandaag nog steeds het geval. Er worden dagelijks kinderen geboren met een erfelijke aandoening die hen ondraaglijke pijn zal bezorgen, tot ze misschien reeds na enkele jaren zullen overlijden. Hun dood komt dan eerder als een verlossing. Als God alwetend is, dan is hij hiervan op de hoogte. Als hij algoed is, dan wil hij daar iets aan doen. En als hij almachtig is, dan kan hij er ook iets aan doen. En toch gebeurt er niets. De enige zinvolle verklaring daarvoor, is dat een god die zo gedefinieerd wordt, eenvoudigweg niet kan bestaan. De filosoof Leibniz probeerde, als gelovige, het vraagstuk op te lossen aan het begin van de achttiende eeuw, maar zijn redenering, hoe ingenieus ook, schiet tekort. 

   
We mogen er dus van uitgaan dat de god met wie ik een gesprek zou hebben, niet almachtig, niet alwetend en niet algoed is. Maar hij zal wellicht toch meer weten dan ik, 't is tenslotte een god. In dat geval heb ik veel vragen, zoals: hoe zit het precies met het ontstaan van het universum en met de samenhang tussen de grote theorieën uit de fysica? Hoe kunnen we de klimaatcrisis oplossen en allerlei andere grote problemen uit onze tijd? Misschien kan hij, zoals de demon van Laplace, ook de toekomst voorspellen. In dat geval heb ik een hele resem extra vragen, veel te veel om hier op te sommen. Maar louter ter opwarming zou ik hem vragen of België ooit wereldkampioen voetbal wordt.     
     
 
Wil je de papieren versie van De Geus thuis ontvangen? klik hier voor meer informatie.