De tongzoenen van Donna Haraway
Een begroeting is een ontologische akte. Zij is een vorm van erkenning en gaat aan de kennismaking vooraf. Zij voltrekt zich via oogcontact. Van de vele oogcontacten die mensen hebben – ook met dieren – gaan er evenwel slechts enkele gepaard met een daadwerkelijke begroeting. Meestal tonen mensen geen bijzondere belangstelling voor de ander. Zij blijven doorgaans beleefd en respectvol binnen het functionele kader van de ontmoeting. Dat is niet vreemd; integendeel, het vergemakkelijkt het maatschappelijk verkeer, soms zelfs tot op het punt van automatisering. Maar heel af en toe volgt er een kennismaking en gaan mensen samen aan tafel.
Wij mensen bestaan niet zonder compagnons of tafelgenoten. Het Latijnse cum panis betekent immers ‘met brood’. Samenzijn met brood – vaak aan een tafel – veronderstelt gemeenschappelijkheid en gezelschap. Daarom zijn tafelgenoten ook metgezellen, vrienden en goede kennissen. Haraway bedacht als variatie op menselijke metgezellen de term metgezelsoorten. Dat zijn diersoorten – mensen, honden, katten, wezels, walvissen, dolfijnen, ganzen – die ogen hebben en dus oogcontact kunnen maken en aldus metgezellen kunnen worden. Uit onderzoek blijkt dat veel diersoorten vormen van begroeting kennen en daar heel veel tijd aan besteden.
Dat mensen en dieren tot uiteenlopende vormen van metgezelschap in staat zijn, wat nog iets anders is dan socialiseren, is een van Haraways centrale stellingen over de verhouding van mens en dier. In haar persoonlijke leven illustreert zij dit door met haar hond Cayenne te tongzoenen en aan agility of wendbaarheidswedstrijden deel te nemen. Agility is een hindernisparcours voor mens en hond waarbij de onderlinge communicatie tussen beide sterk beperkt is. Slechts enkele gebaren van de deelnemende mens ten aanzien van de hond zijn toegestaan. Het wedstrijdspel vergt dan ook een bijzondere verstandhouding en vriendschap, die Haraway verwantschap noemt. Zij typeert de relatie tussen agilitypartners als een uitgekiende vorm van spel, waarin wendbaarheid en wederzijds vertrouwen essentieel zijn.
Haraway bedacht als variatie op menselijke metgezellen de term metgezelsoorten. Dat zijn diersoorten – mensen, honden, katten, wezels, walvissen, dolfijnen, ganzen – die ogen hebben en dus oogcontact kunnen maken en aldus metgezellen kunnen worden
Donna Haraway is niet alleen dierenliefhebber, maar ook een hooggeschoolde biologe. Zij studeerde dierkunde en filosofie en behaalde in 1972 aan de Yale University een doctoraat in de moleculaire, ontwikkelings- en evolutiebiologie. Haar proefschrift behandelde de rol van metaforen in het vormgeven van biologisch onderzoek. Daaruit blijkt niet alleen haar kennis van de biologie, maar ook haar vertrouwdheid met de (Franse) filosofie van na de Tweede Wereldoorlog, die precies in die periode een linguïstische en semiotische wending nam.
Dat mensen en dieren tot uiteenlopende vormen van metgezelschap in staat zijn, wat nog iets anders is dan socialiseren, is een van Haraways centrale stellingen over de verhouding van mens en dier. In haar persoonlijke leven illustreert zij dit door met haar hond Cayenne te tongzoenen
Filosofen als Foucault, Barthes, Derrida en Deleuze onderzochten het belang van taal en tekens in de ontwikkeling van wetenschap en kennis. Foucault introduceerde onder meer de begrippen discours en episteme en wees op de verwevenheid van taal en macht. Vandaar Haraways belangstelling voor metaforen in de wetenschapsgeschiedenis: sommige metaforen worden dominant, andere verdwijnen.
NIEUW TIJDPERK
In Wanneer soorten kennismaken (Nederlandse vertaling in 2024, die overigens een pluim verdient) schrijft Donna Haraway dat zij zichzelf is gaan begrijpen als een organisme dat gevormd werd door de biologie van na de Tweede Wereldoorlog. Die opvallende zelftypering verwijst naar een historische breuk: zowel de nucleaire fysica als de moleculaire biologie overschreden tussen 1940 en 1970 de grens van het louter natuurlijke. In de fysica markeert de overgang van uranium (atoomnummer 92) naar plutonium (atoomnummer 94) een beslissend moment in de ontwikkeling van nucleaire technologie. Het onderzoek dat in de jaren veertig culmineerde in het Manhattan Project, resulteerde in de eerste kernwapens, waarvan er in augustus 1945 twee werden ingezet tegen de Japanse steden Hiroshima (6 augustus) en Nagasaki (9 augustus). Enkele decennia later ontwikkelde de moleculaire biologie technieken om DNA-sequenties gericht te knippen en te recombineren, waarmee de recombinant-DNA-technologie haar intrede deed.
Beide ontwikkelingen luidden een tijdperk in waarin het natuurlijke niet langer als grens fungeerde, maar als materiaal voor interventie. Het einde van het tweede millennium wordt dan ook gekenmerkt door de productie van drie emblematische synthetische objecten: nylon, plutonium en transgene organismen (organismen die een vreemd gen in het erfelijk materiaal dragen, nvdr.). Samen ondergroeven zij de moderne scheiding tussen natuur en cultuur. Volgens Haraway – en zij staat daarin niet alleen – is die tweedeling sindsdien conceptueel onhoudbaar geworden.
De biologie van de tweede helft van de twintigste eeuw laat zien dat noties als zuiverheid en onbezoedeldheid hun vanzelfsprekendheid hebben verloren. Zuiverheid verschijnt niet als een empirische toestand, maar als een normatief ideaal – een regulatieve fictie die ambiguïteit, vermenging en heterogeniteit moet uitsluiten. Wat wij ‘natuurlijk’ noemen, blijkt steeds al doorkruist door technische bemiddeling, en wat als ‘kunstmatig’ geldt, is onlosmakelijk verankerd in biologische en materiële processen. In die zin kan Haraway worden gelezen als een denker van het trans: van vermenging en verknoping, van het voortdurende in elkaar grijpen van realiteiten en materialiteiten.
Wetenschap functioneert nooit in een vacuüm: onderzoeksagenda’s, financieringsstromen en institutionele prioriteiten worden mede gevormd door mondiale machtsverhoudingen
Haar intellectuele belangstelling reikt echter verder dan de biologie en de wetenschapsgeschiedenis. Ze analyseert hoe wetenschappelijke en technologische innovaties ingebed zijn in bredere sociale, politieke en economische constellaties. Wetenschap functioneert nooit in een vacuüm: onderzoeksagenda’s, financieringsstromen en institutionele prioriteiten worden mede gevormd door mondiale machtsverhoudingen. Die structuren bepalen welke kennisdomeinen worden gestimuleerd en welke worden gemarginaliseerd of zelfs stopgezet – processen die allerminst genderneutraal zijn. Vanuit dat perspectief ontwikkelt zij een kritische benadering van de als vanzelfsprekend voorgestelde reproductieve rol van vrouwen en de culturele betekenislagen die daaraan worden gekoppeld.
Haraway keerde zich tegen essentialistische opvattingen van ‘de vrouw’ als vaste categorie en opende het feminisme naar posthumanistische en ecologische vraagstukken, waarin mens, dier, techniek en milieu onlosmakelijk met elkaar verknoopt zijn
Van 1980 tot haar emeritaat was zij hoogleraar aan de University of California in Santa Cruz, waar zij onderwijs en onderzoek verrichtte op het snijvlak van cultuur- en bewustzijnsstudies en feministische theorie. Binnen de feministische studies leverde zij een vernieuwende en richtinggevende bijdrage. Met haar concept van gesitueerde kennis betoogde zij dat objectiviteit geen neutrale, universele positie veronderstelt, maar een belichaamde en verantwoorde gesitueerde blik. Tegelijk keerde zij zich tegen essentialistische opvattingen van ‘de vrouw’ als vaste categorie en opende zij het feminisme naar posthumanistische en ecologische vraagstukken, waarin mens, dier, techniek en milieu onlosmakelijk met elkaar verknoopt zijn.
MEER DAN MENSELIJK
Haraway woont in Denver, aan de oostelijke uitlopers van de Rocky Mountains. Die geografische inbedding is niet louter biografisch van belang, maar resoneert met haar voortdurende aandacht voor ecologie, landschappen en meer-dan-menselijke verhoudingen. In Staying with the Trouble (2016) reflecteert zij onder meer op een workshop in speculatieve fabulatie die in 2013 in Frankrijk werd georganiseerd onder leiding van filosoof Isabelle Stengers, met deelname van onder anderen filosoof Vinciane Despret en filmmaker Fabrizio Terranova.
Net als verschillende van haar intellectuele bondgenoten tracht Haraway voorbij het overwegend Europese humanistische gedachtegoed te denken, omdat dit volgens haar blijft uitgaan van de premisse dat het leven op aarde uitsluitend ten dienste staat van de menselijke soort
Het opzet van deze bijeenkomst was om, in het licht van actuele wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen, narratieven te ontwikkelen die toekomstige generaties denkbaar maken zonder te vervallen in techno-utopische of apocalyptische schema’s. In die context ontstonden de zogenoemde Camille-verhalen: het fictieve personage Camille belichaamt een mensdierlijke symbiose en is biologisch verbonden met de migrerende monarchvlinder. Via deze speculatieve figuur onderzoekt Haraway hoe verwantschap, voortplanting en verantwoordelijkheid herdacht kunnen worden in een tijdperk van ecologische ontwrichting.
In het verhaal wordt bij de geboorte van Camille genetisch materiaal en micro-organismen van de vlinder toegevoegd aan dat van het kind. Zo wordt Camille geacht de wereld mede te ervaren vanuit het perspectief van de vlinder – een perspectief dat geconfronteerd wordt met de systematische vernietiging van de ecosystemen die voor diens migratie noodzakelijk zijn. Vanaf een bepaalde leeftijd volgt ze immers de migrerende vlinders. De oostelijke populatie van de monarchvlinder broedt in het Oosten en midden van de Verenigde Staten en in zuidelijk Canada, overwintert in centraal Mexico (Michoacán). Die ervaring stelt haar tevens in staat bij te dragen aan het herstel van dat ecosysteem.
Haar werk is geen wereldvreemde kritiek, maar veeleer een poging om recente wetenschappelijke, technologische, economische en sociale ontwikkelingen anders te doordenken en te verwerelden
Haraway staat niet alleen in de ontwikkeling van een nieuwe mens-, dier- en wereldtaal. Zij verwijst onder meer naar denkers als Karen Barad, Isabelle Stengers, Rosi Braidotti, Anna Tsing, Vinciane Despret, Bruno Latour en Lynn Margulis als belangrijke gesprekspartners. Evenmin staat zij alleen in haar uitgesproken kritiek op hedendaagse vormen van humanisme, posthumanisme en transhumanisme. Net als verschillende van haar intellectuele bondgenoten tracht zij voorbij het overwegend Europese humanistische gedachtegoed te denken, omdat dit volgens haar blijft uitgaan van de premisse dat het leven op aarde uitsluitend ten dienste staat van de menselijke soort – en zelfs dan nog slechts van een bevoorrechte minderheid.
Voor zover bekend trad Haraway, in tegenstelling tot iemand als Yuval Noah Harari, nooit op als spreker op het World Economic Forum in Davos; haar intellectuele positionering maakt een dergelijke uitnodiging weinig waarschijnlijk. Vernieuwende inzichten ontstaan echter vaak buiten formele machtscentra. Haar werk is evenwel geen wereldvreemde kritiek, maar veeleer een poging om recente wetenschappelijke, technologische, economische en sociale ontwikkelingen anders te doordenken en te verwerelden. Met haar speculatieve fabulaties opent zij een alternatief politiek en cultureel perspectief.
Misschien verdient zij om die reden een plaats in de Future Library in Oslo – al was het maar om te tonen dat reeds in de twintigste eeuw werd nagedacht over de vraag hoe mensen samen met de nog bestaande soorten in de tweeëntwintigste eeuw vreugdevol zouden kunnen samenleven.
FUTURE LIBRARY

De Future Library is een langlopend kunstproject in Oslo, gestart in 2014 door de Schotse kunstenares Katie Paterson. Elk jaar schrijft één auteur een nieuw, ongepubliceerd manuscript. Die teksten worden gedurende honderd jaar verzegeld en pas in 2114 gedrukt en gelezen. Het papier zal worden vervaardigd uit bomen die speciaal voor dit project zijn aangeplant in Nordmarka, nabij Oslo. Het project functioneert als een symbolisch engagement met de toekomst: het veronderstelt vertrouwen in komende generaties, in ecologische continuïteit en in de blijvende betekenis van literatuur over een tijdsspanne die het individuele leven ruimschoots overstijgt.
Jean-Pierre Vanhee
Foto: © idfa
Wil je de papieren versie van De Geus thuis ontvangen? Klik hier voor meer informatie.
Jean-Pierre Vanhee
Misschien bent u ook geïnteresseerd in…
Filosoof over filosoof: Francesca Minerva over Peter Singer
April 2019 | 15 minutenFrancesca Minerva richtte samen met Peter Singer het 'Journal of Controversial Ideas' op, waarin wetenschappers onder een pseudoniem controversiële artikels kunnen publiceren. Het idee ontstond toen Francesca Minerva zelf doodsbedreigingen kreeg na een artikel over post-birth abortion, oftewel infanticide.
Leer denken als een Romeinse keizer
Juli 2019 | 15 minutenMarcus Aurelius was de laatste beroemde stoïcijnse filosoof van de oudheid. In zijn leven kende hij tegenslag, verdriet, verlies, verraad en worstelde hij met de moeilijkheden die het besturen van het enorme Romeinse keizerrijk met zich meebracht. Hij overkwam die uitdagingen dankzij de praktische wijsheid van de stoïcijnse filosofie. Cognitief gedragstherapeut Donald Robertson beschrijft het leven en de filosofie van Marcus Aurelius in 'Leer denken als een Romeinse keizer'. Succesvol leven met Marcus Aurelius. Doorheen het boek introduceert Robertson stap voor stap de inzichten, oefeningen en cognitieve technieken die vervat zitten in de stoïcijnse levenswijsheid.
Jan Blommaert: tegendraads humanist
April 2021 | 10 minutenOp 7 januari overleed Jan Blommaert. Hiermee verliest progressief Vlaanderen één van zijn intellectuele zwaargewichten. Karim Zahidi blikt terug op het leven en werk van Blommaert.