Eeuwig panopticon van dromen: het Gentse Wintercircus gaat weer open

‘Het Wintercircus is uniek in zijn soort.’ Dat zijn de woorden van Geert Willemyns. Hij is één van de architecten van het Gentse bureau Baro, dat de recente renovatie van het gebouw voor zijn rekening nam. Uniek is vaak een gratuit modewoord, maar hier betekent het wel degelijk enig. Het Wintercircus is immers het laatste stenen circus ter wereld. En er zijn wel meer redenen waarom het Gentse gebouw generatie op generatie blijft betoveren. 

Om te beginnen: gewoon al het feit dat het er nog staat. Het Wintercircus is gaandeweg omringd en ingepakt door de Krook, de Muinkschelde, de Platteberg (die zijn naam niet gestolen heeft), de Korianderstraat en de Sint-Pietersnieuwstraat. Door de jaren heen heeft het circus zich stenig in de buurt geïntegreerd. Muren en gevels van de aanpalende constructies zijn zodanig vervlochten dat niet meer duidelijk is waar het ene gebouw eindigt en het andere begint. Toch is dit een monument dat er nu weer staat. Op zichzelf. 

Oorspronkelijk opgevat als paardenrenbaan met een feestzaal, werd het in 1894 ingehuldigd als stenen circus 

Boven de andere gebouwen verschijnt het hoogste deel van de mooie en iconische glazen koepel waardoor het licht genuanceerd de binnenruimtes verheldert. De begroeiing op het dakterras, met een brede uitkijk op de legendarische torens, getuigt van het verlangen naar meer groen in de stad. Als er iets publiek en gratis toegankelijk moet blijven van het Wintercircus, dan is het ongetwijfeld dat uitzicht over het oude en nieuwe Gent. Niet alleen gebouwen, pleinen en straten kunnen tot het publieke domein behoren. Uitzichten en vergezichten, ruimtelijke ervaringen en esthetische belevingen, vrede en veiligheid, licht en lucht behoren net zo goed tot ‘de commons’ of ‘het gemene’. 

PAARDENRENBAAN 

Van bij de eerstesteenlegging van het zogenaamde Nieuw Circus weerspiegelde het gebouw de eigentijdse transportmiddelen. Oorspronkelijk was het opgevat als paardenrenbaan met een feestzaal. De Cercle Equestre Gantois kon er tweehonderd paarden stallen en de piste telde een diameter van ruim dertig meter. Het werd in 1894 ingehuldigd als stenen circus — niet enkel voor paardenwedstrijden dus — waar de Gentenaars ook tijdens de winter voorstellingen konden bijwonen. Het circus werd verlicht met gaslampen die misschien wel de felle brand in 1920 hebben veroorzaakt. In 1923 opende het Wintercircus opnieuw alle deuren en poorten, heropgebouwd op zijn eigen restanten. Daarbij kreeg het ook een stalen gebinte dat de vorm bepaalde, qua constructie te vergelijken met de Eiffeltoren. De huidige koepel in tentvorm is nog steeds de originele koepel van toen, zij het dan met een noodzakelijke (maar onopvallende) versterking.  

Na de Tweede Wereldoorlog nam de autohandelaar Ghislain Mahy er zijn intrek en verbouwde het chique pand tot een garage en showroom

Aan het begin van de twintigste eeuw kenden de meeste grote steden op vlak van mobiliteit een bijzonder probleem. Paarden werden alom benut maar zorgden ook voor een stinkende en zeer vervuilende uitstoot. De agenda van de eerste stedelijke planningsconferentie in New York in 1898 kende maar één punt: paardenstront. Technische innovatie loste dat prangende probleem op, want tussen 1900 en 1930 werd het paard als vervoersmiddel door de auto afgelost. In die periode deed het Wintercircus nog dienst als cinema- en variétézaal, maar na de Tweede Wereldoorlog nam de auto het ook hier over van de viervoeters. De autohandelaar Ghislain Mahy, die eerst voor dat doeleinde het Gravensteen wou huren, nam er zijn intrek en verbouwde het chique pand tot een garage en showroom.  

Mahy slaagde erin om aan het Wintercircus een automagische fascinatie te schenken

AUTOHANDELAAR

Mahy dacht bijzonder functioneel en respectvol na over ruimtes. Hij behield het atrium en daaromheen bouwde hij de hellingbanen die zowat de iconische essentie van het gebouw geworden zijn. De auto’s konden vanop het straatniveau via die hellingen naar boven rijden. Beneden voorzag hij inspectieputten waar de olieverversing en andere onderhoudswerken onderaan de auto’s konden gebeuren. Veel van de ruimtes die naast en onder de schuintes ontstonden benutte hij als stapelruimte voor auto’s die naderhand wrakken werden. Toch slaagde Mahy erin om aan het Wintercircus een automagische fascinatie te schenken. Samen met de aantrekkingskracht van de garage groeide zijn vermogen en zijn verzamelwoede. Het circus werd na de sluiting van de garage in 1978 dan ook een depot voor oldtimers. Daarvan werden er intussen een tweehonderdtal opgeknapt en tentoongesteld in het Mahymobiles museum in Leuze-en-Hainaut. Daarnaast is er nog een stock van ongeveer duizend wrakken dat op een eindbestemming wacht: opblinken of inblikken.  

Met de weegschaal van de architect-restaurateur dacht men over elke ingreep na. Talrijke wijzigingen hebben het circus van zijn grandeur en magie niet beroofd

De fascinatie van Ghislain Mahy voor spectaculaire gebouwen en auto’s (wellicht ook van zijn echtgenote die hem het Gravensteen ontraadde), redde het Wintercircus lange tijd van de sloophamer. In het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw, na zijn vertrek en een periode van leegstand, dacht de stad Gent na over een herbestemming. Ongetwijfeld zal men er toen wel aan gedacht hebben om het met de grond gelijk te maken. Dat was ook het lot van zovele andere stenen parels zoals de nabijgelegen herenhuizen en cinema’s die moesten wijken voor het schabouwelijke Urbiscomplex. Maar het Wintercircus bleef gespaard, waardoor architectenbureau Baro in 2016 samen met een aantal partners de kans kreeg om het te restaureren. Dat verliep eerst ondergronds, want de hele structuur van het gebouw moest van onderuit verstevigd en brandveilig gemaakt worden. Het laagste niveau werd uitgediept. De nieuwe bestemming vroeg uiteraard ook ingrepen in de bestaande verdeling van ruimtes en het pand werd rolstoeltoegankelijk.

TECHNOLOGIETEMPEL 

Het resultaat is ronduit verbluffend. Op de vraag waar de verantwoordelijke architecten meest mee geworsteld hebben, antwoordt Geert Willemyns zonder aarzelen: ‘Hoe restaureren we het Wintercircus met het grootste respect voor het gebouw zelf?’ Met de weegschaal van de architect-restaurateur dachten ze over elke ingreep na. Talrijke kleine en grote wijzigingen, toevoegingen, herstellingen hebben het circus van zijn grandeur en magie niet beroofd, integendeel. Van zowat alle menselijke en dierlijke activiteiten die er ooit hebben plaatsgevonden zijn er nog sporen terug te vinden. Of olifanten werkelijk het ovaal via de olifantenhelling binnengebracht zijn, is wel niet zo duidelijk, alleszins is hun vormelijke aanwezigheid in de zitbanken een ode aan de verbeelding waar het Wintercircus in baadt. 

Van zowat alle menselijke en dierlijke activiteiten die er ooit hebben plaatsgevonden zijn er nog sporen terug te vinden 

Het pand biedt ruimte aan een auditorium, een rock-concertzaal, werkplekken voor start-ups en scale-ups, een brasserie, een restaurant en een terrasbar maar bovenal een publiek toegankelijk vloerverwarmd binnenplein van duizend vierkante meter voor evenementen. De exploitant TENT zal er een technologietempel van maken. Dat is meteen ook de volgende fase in de dedicatie van het Wintercircus aan mobiliteit: van paard over auto tot digit. Dat stadsontwikkelingsbedrijf Sogent over een tempel spreekt is misschien niet zo onzinnig in deze geseculariseerde tijd en stad. De synergie tussen glas, staal, beton, hout en kunststof heeft een materieel weefsel gecreëerd dat honderddertig jaar geschiedenis omzet in een groots en toch fijngevoelig architecturaal kunstwerk dat Gent patrimoniaal opwaardeert. 

Wie een wolf wil zien moet verdwijnen in het bos. Wie de fictie van architecten en ingenieurs wil zien moet de stad in. Maar het Wintercircus is een gezegende uitzondering. Het onttrekt zich aan het uiterlijk vertoon. Wie er bij de opening in maart 2024 zal binnenwandelen, zal ruimte ervaren. Het is de essentie van architectuur: ruimtelijke vormgeving. In dit geval loop je tegelijk een historisch parcours binnen. In de geschiedenis van deze architecturale vreemdganger dook er altijd wel iemand op die erdoor betoverd werd. Nu is het aan ons.

Over de auteur:

Jean-Pierre Vanhee

Een artikel uit: editie Januari 2024

Misschien bent u ook geïnteresseerd in…

Het Humanistisch Sculpturenpark

Juli 2021 | 15 minuten

Veertien monumentale openluchtsculpturen vormen samen de permanente collectie van het Humanistisch Sculpturenpark op de Campus van de Vrije Universiteit Brussel (VUB). Een unieke, culturele bezienswaardigheid.